Oslo.nl - Economie Oslo
Vertrouwd boeken, veilig betalen

GaSamen.nl Stedentrips is lid van de Stichting Garantiefonds Reisgelden ( SGR )

Contact en Vragen

Bel 0180 - 457882
ma-vrij 09:00-21:00
zaterdag 09:30-17:00

> contact formulier
> veelgestelde vragen

GaSamen.nl Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van acties en aanbiedingen van GaSamen.nl? Vul dan hier uw mailadres in:


 

U kunt zich hier afmelden.

Wilt u deze site vaker bezoeken?
Sla hem op bij uw favorieten, klik hier.

Oslo.nl » Informatie » Praktische info » Algemeen » Economie
Meer Algemeen
Ga terug naar

GaSamen

Economie

Economie

Van 1993 tot 1998 maakte de Noorse economie een sterke groei door. De reële groei van het Noors bruto binnenlands product bedroeg in die periode gemiddeld 3,9 procent op jaarbasis (3,5 procent als aardolie en zeetransport niet worden meegerekend). Daar tegenover stond een gemiddelde groei in diezelfde periode van rond 2,1 procent in de Europese OESO-landen.

In 1998 bereikte de Noorse economie het hoogtepunt van de conjunctuur. Door capaciteitsproblemen, flauwe exportmarkten en lage olieprijzen in combinatie met stijgende rentetarieven op kortlopende leningen vlakte in de tweede helft van dat jaar de economische groei af. In 1999 daalde de reële groei van het bruto binnenlands product landelijk naar 0,9 procent en naar 0,8 procent (offshore en zeetransport niet meegerekend) voor wat betreft het Noorse vasteland. Hier waren de negatieve ontwikkelingen voornamelijk te wijten aan een forse inkrimping van de langetermijninvesteringen.

2001 was het derde achtereenvolgende jaar waarin de Noorse economie een gematigde economische groei had met een geschatte groei van het BBP van 1,3 procent. De meerderheid van de bevolking genoot echter een hoger besteedbaar inkomen en de werkgelegenheid was hoog.

Er zijn twee factoren in het bijzonder die de ontwikkelingen in de Noorse economie beïnvloeden: het lossere belastingbeleid uit het budget voor 2002 en de verminderde groei in de wereldeconomie. De terroristische aanslagen in de Verenigde Staten versterkten de reeds in gang gezette neerwaartse economische cyclus.

Het resultaat is een daling van de Noorse export, zowel in volume als in prijs. Dit komt mede doordat een groot gedeelte van deze export uit ruwe grondstoffen bestaat zoals olie, gas, vis, papier en metalen. Met name de prijs van metaal is erg gevoelig voor de ontwikkelingen in de wereldeconomie. De economische groei in 2002 en 2003 ontstaat voornamelijk uit de vraag op de binnenlandse markt, terwijl de Noorse export daalt. Investeringen in de offshore industrie blijven beperkt.

De Noorse economie wordt gedomineerd door de offshoresector die in 2000 23,4 procent van het BBP voor zijn rekening nam. De landbouw, visserij en bosbouw hebben geleidelijk hun economisch belang verloren en droegen in 2000 nog maar 1 procent bij aan het BBP. Het aandeel van de industrie is gedaald van 10,8 procent in 1999 naar 9,1 procent in 2000.

De voedselverwerkende industrie, scheeps- en olieplatformbouw en de uitgeverijen (printing en publishing) zijn de voornaamste industriële sectoren. De post- en telecommunicatiesector heeft de hoogste groeipercentages in 1999 en 2000 met een toename van respectievelijk 13,1 en 11,6 procent.

Door het 'solidariteitspact' waren de looneisen in de jaren negentig grotendeels gematigd. De idee achter het pact is het voorkomen van hoge loonstijgingen, waardoor meer banen gecreëerd kunnen worden en volledige werkgelegenheid kan worden bereikt.

In 1998 heeft de regering een commissie aangesteld om het Noorse solidariteitspact te herzien. De werkloosheid was gedaald. Doordat echter in veel sectoren een tekort aan arbeidskrachten ontstond, zijn de lonen gestegen met een percentage van 3,7 procent in 1996 tot 6,2 procent in 1998. De commissie kwam met de volgende conclusies: het solidariteitspact moet blijven bestaan als kader voor samenwerking over de looneisen. De looneisen dienen onder de 4,5 procent te blijven en zich verder te ontwikkelen tot hetzelfde niveau als dat van de voornaamste handelspartners.
In 2001 zijn de lonen toegenomen met 4,5 procent terwijl er voor 2002 een groei van 4,25 procent wordt verwacht.

Inflatie

In mei 2001 heeft de Centrale Bank een inflatiedoel gesteld van 2,5 procent met een bandbreedte (afwijkingen) van 1 procent. De werkelijke inflatie is iets hoger. In de zomer van 2001 ontstond een inflatiepiek van 4,7 procent die werd veroorzaakt door hoge elektriciteits- en olieprijzen. De relatief sterke koers van de Noorse kroon in de tweede helft van 2001 zorgde voor lagere importprijzen.

Samen met de halvering van de BTW op voeding zorgde dit ervoor dat de inflatie voor heel 2001 uitkwam op 2,7 procent. De inflatie voor 2002 komt naar verwachting uit op 2,3 procent en voor 2003 op 2,5 procent. Deze daling wordt veroorzaakt door de huidige lage olieprijzen en de verwachte verlaging van de belastingen, zoals die werd gepresenteerd in het budget voor 2002.

De concurrentiekracht van Noorwegen vermindert als de inflatie hoger is dan die van de voornaamste handelspartners. In opdracht van het ministerie van Financiën houdt de Centrale Bank als richtlijn een inflatiepercentage van 2,5 procent aan. De Centrale Bank vindt het belangrijk om de inflatie op hetzelfde niveau te brengen als de doelstelling van de Europese Centrale Bank. In 2001 was het inflatiepercentage in Noorwegen gelijk aan dat van de Eurozone, terwijl het gemiddelde voor alle EU-lidstaten 2,4 procent was.

Particuliere besteding

De consumentenuitgaven bleven in 2001 beperkt, maar trekken naar verwachting aanzienlijk aan door de belastingverlagingen en de stijging van het besteedbaar inkomen. In december 2001 werd de rente met een halve procent verlaagd. Hierdoor wordt verwacht dat de consumentenuitgaven nog verder stijgen.

Door de te verwachten verdere belastingherzieningen in 2002 en de beperkte investeringen in de offshoresector ontstaat de economische groei in 2002 en 2003 voornamelijk uit de vraag op de binnenlandse markt. Een andere belangrijke indicator van economische groei, de export, zal bescheiden groeien met 1,2 en 2,6 procent in respectievelijk 2002 en 2003.

Werkgelegenheid

In 2001 werd de arbeidsmarkt iets ruimer, maar hij blijft krap met een werkloosheidspercentage van 3,5 procent. In 2002 zal dit percentage waarschijnlijk iets oplopen naar 3,8 procent. Hiermee is er in Noorwegen bijna sprake van volledige werkgelegenheid. Nog nooit eerder waren zoveel Noren in de leeftijd van 16 tot 67 jaar in het arbeidsproces betrokken. De groei van de werkgelegenheid was de grootste van de OECD-landen. De bouw, de detailhandel en de algemene diensten hebben het meeste bijgedragen aan de werkgelegenheidsgroei.

In tegenstelling tot de andere Europese landen is het aantal langdurig werklozen net zo snel gedaald als het totale aantal werklozen. Noorwegen heeft nu met de keerzijde van de medaille te maken: tekort aan arbeidskrachten. Vooral binnen de gezondheidszorg en de bouw is een chronisch tekort aan vakbekwame mensen. Hierdoor heeft het land veel gastarbeiders, voornamelijk uit Zweden en Denemarken.

Marktrentetarieven

De Centrale Bank verlaagde zijn rentetarieven met 0,5 procent naar 6,5 procent in december 2001. Ondanks de verminderde groei van de wereldeconomie blijft het Noorse rentepercentage aanzienlijk hoger dan dat van bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank, die een rentepercentage hanteert van 3,25 procent. Daar de verwachting is dat in 2002 de consumentenbestedingen zullen toenemen en ook de verwachte hoge loonstijgingen moeten worden gecompenseerd, blijft de rente in Noorwegen hoog.

De hoge rentetarieven zullen de waarde van de kroon verhogen. Een sterke kroon is voordelig voor Noorse importeurs en de Nederlandse exporteurs, omdat de import dan goedkoper is in Noorwegen. Aan de andere kant ondervinden de Noorse exporteurs schade omdat hun producten duurder worden. Zo zal het hoge rentetarievenbeleid op lange termijn een daling van de Noorse export veroorzaken.

Bron: EVD

 

Oslo.nl is onderdeel van GaSamen.nl Stedentrips  |   Liever op strandvakantie? Kijk op onze partner site Egypte.nl